Wie Kan Me Nog Vertellen

Boudewijn De Groot

  • A
  • C
  • D
  • Dsus4
  • E
  • E7
  • G
Tom:
A A [Verse 1]
A A Wie kan me nog vertellen van de vroege morgenstond
G G* A A met goudsel in de mond waar de dichters over dichten?
A A Hoe laat kwam toen de eerste zwaluw uit het zomergroen,
G G* A A gekleed in boezeroen om de schoonmaak te verlichten?
D A G De melkman om vier uur op om koeien te gaan melken,
D E E7 om eien te gaan pelken bij de kippen op de stok.
A A En in de straat de vullisman die niemand wilde groeten,
G A E gezicht vol honingsproeten, verdiende toen een meier
D* A A C C bij Knul de Spulleman.
C Waar is die zoete kouwe tijd?
G Waar is die in de gauwigheid?
Dsus4 D E E7 Leve de ik-hou-van-jouwigheid. [Verse 2]
A A Er werd nogal gesproken over Kraai de Kanselein,
G G* A A zijn lichaam deed hem pijn want hij leed toen aan de teerling.
A A Maar verder was het leven goed en ieder was ter vrede.
G G* A A Er werd veel fiets gereden en men leefde van de nering.
D A G Alleen op zondag was het stil, dan sliep men in de kerken.
D E E7 Dat was heel goed te merken want de klekte was niet hil.
A A En 's avonds als het donker was, dan ging je op de deren,
G A E daar stoven dan de veren totdat de nacht gedonderd en de
D* A A C C dag gebroken was.
C Waar is die zoete kouwe tijd?
G Waar is die in de gauwigheid?
Dsus4 D E E7 Leve de ik-hou-van-jouwigheid. [Verse 3]
A A Wie kan me nog vertellen van de eerste vliegmachien?
G G* A A Heeft u hem ook gezien toen hij naar beneden stortte?
A A Nu grinnikt u, maar u grinnikt niet als u te pletter vliegt.
G G* A A Een vliegtuig is een smiecht waar niet mee valt te sporten.
D A G En onze straat ging nooit tekeer, geen auto's en geen fietsers,
D E E7 geen bussen en geen bietsers want die had je toen niet meer.
A A Zo was het leven op ons dorp vol sagen en legenden,
G A E vol vagen en bekenden, gereed om uit te rukken
D* A A C C bij de eerste kalverworp.
C Waar is die zoete kouwe tijd?
G Waar is die in de gauwigheid?
Dsus4 D E E7 Leve de ik-hou-van-jouwigheid. [Verse 4]
A A Wie kan me nog vertellen van die dagen in ’t verlegen?
G G* A A Het valt me nogal tegen om tot ziens te moeten tellen.
Informações da música

Composição:

Essa informação está errada?

Enviar revisão