F#m E A D [Verse 1]Bm A D Kindje kleene, kindje doodF#m E A D mag ik u iets vra-agenBm A D Kindje kleene, kindje doodF#m E A D mag ik u iets vra-agenF#m G mijn ogen zijn van 't schreien roodD A en mijn stemme rauw van 't klagenF#m G mijn ogen zijn van 't schreien roodD F#m A D en mijn stemme rauw van 't kla--a--gen [Bridge]F#m E A D [Verse 2]Bm A D Duizel je nog als je rechte staatF#m E A D kan je nu lopen zonder vallenBm A D Duizel je nog als je rechte staatF#m E A D kan je nu lopen zonder vallenF#m G ja 'k hè vleugels van zilverdraadD A en van pluimkes en sneeuwkristallenF#m G ja 'k hè vleugels van zilverdraadD F#m A D en van pluimkes en sneeuwkrista--a--llen [Bridge]F#m E A D [Verse 3]Bm A D Ben je beschut tegen de nachtF#m E A D is uw kleedje wel warm gewe-evenBm A D Ben je beschut tegen de nachtF#m E A D is uw kleedje wel warm gewe-evenF#m G ja van 't zuiverste zijdeke zachtD A en van maneschijn ben ik omgevenF#m G ja van 't zuiverste zijdeke zachtD F#m A D en van maneschijn ben ik omge---e--ven [Bridge]F#m E A D [Verse 4]Bm A D Waar moe je gie rusten op uw verre reisF#m E A D waar vind je gie eten en drinkenBm A D Waar moe je gie rusten op uw verre reisF#m E A D waar vind je gie eten en drinkenF#m G 'k drinke den dauw van 't groen paradijsD A 'k hè wolken om in weg te zinkenF#m G 'k drinke den dauw van 't groen paradijsD F#m A D 'k hè wolken om in weg te zi---in-ken [Bridge]F#m E A D [Verse 5]Bm A D Kindje kleene, kindje doodF#m E A D wie moet er nu voor u zo-orgenBm A D Kindje kleene, kindje doodF#m E A D wie moet er nu voor u zo-orgenF#m G den hemel is te wijd en de wereld te grootD A 'k houd u diep in mijn herte geborgenF#m G den hemel is te wijd en de wereld te grootD F#m A D 'k houd u diep in mijn herte gebo---o-rgen
Kindje Kleene Kindje Dood
Willem Vermandere
- A
- Bm
- D
- E
- F#m
- G
Tom: